Het dagelijkse leven

by Simeon Visser

In de voorgaande berichten ging het over toeristische uitstapjes hier en daar. Dat is leuk – je bent nu eenmaal een bezoeker vanuit een ver land en je komt kijken wat de bekende plekken hier zijn. Maar dat zijn eigenlijk de uitzonderingen: het grootste deel van mijn tijd ben ik ‘gewoon’ inwoner van (een buitenwijk/voorstad van) Melbourne. Dus hoe ziet dat dagelijkse leven eruit? Ja Simeon, vertel het ons, we hangen aan je lippen! Ok!

Voor iedereen die heeft afgehaakt als lezer maar meer geïnteresseerd is in foto’s: die komen weer wanneer ik iets bezocht heb! Ik woon hier nu voor een langere tijd dus na de eerste paar weken van enthousiast alles bekijken kan ik nu rustig plannen wanneer ik weer eens iets bezoek. Ik ben erg blij dat ik niet als een haastige toerist alles hoef te bezoeken maar gewoon ergens heen kan wanneer het uitkomt. Je krijgt op deze manier een veel beter beeld van het leven in Melbourne en de toeristische aspecten ervan.

Openbaar vervoer

Ik woon ten zuiden van het stadscentrum en de afstanden zijn hier een stuk groter dan thuis. Je gaat van A naar B in de stad te voet, met een tram, een bus of een trein (op volgorde qua afstand). Trams zijn er in overvloed – sterker nog, het is het grootste tramnetwerk ter wereld. Je Metcard (of Myki, de lokale OV-chipkaart) is gewoon geldig in al die vervoermiddelen dus als je een beetje weet waar de trams en treinen heengaan dan kom je overal. Je besef van tijd en afstand wordt dusdanig uitgerekt als je normaalgesproken in een klein plattelandsdorpje hebt gewoond. Als je opstapt in de trein bij de halte Parliament, in het oosten van het stadscentrum, ben je pas bij de derde halte aan de westkant van het stadscentrum. Het hele treinnetwerk is nodig om mensen uit alle buitenwijken van en naar de stad te krijgen.

Als je in Nederland laten we zeggen voor 45 minuten met de trein reist, ben je door meerdere steden en dorpen geweest (Arnhem, Ede-Wageningen, Utrecht bijvoorbeeld). Als je hier 30 minuten de trein neemt, ben je nooit de bebouwde wereld uitgeweest, heb je talloze voorsteden doorkruist en sta je in het midden van een metropool. Treinen vertrekken de hele dag door om de paar minuten en het reizen lijkt een stuk sneller te gaan, ook al duurt een uur nog steeds even lang als thuis. In gesprekken met anderen blijkt dat ik voor Australische begrippen behoorlijk dicht bij de stad woon terwijl het toch zeker 20 minuten per trein kost om in de stad te komen. Ik heb nu een paar boeken gekocht om de tijd nuttig te besteden.

Qua structuur is het goed opgezet: het enige dat er toe doet is of je een trein neemt naar Flinders Street of de City Loop, die ook naar Flinders Street gaat maar dan met een rondje tegen de klok in onder het stadscentrum. Je kunt dan uitstappen bij Parliament, Melbourne Central, Flagstaff (niet altijd) en Southern Cross om aan de oost- of westkant van het stadscentrum te komen. Alle treinen gaan dus naar Flinders Street en dat is dan ook het kloppende hart van de stad – het ligt aan Federation Square en het begin van Swanston Street om de stad in te gaan. Op Federation Square zijn overigens dagelijks straatartiesten en ik ken sommige acts al uit mijn hoofd nu.

Als ik naar de stad wil, neem ik elke trein richting Flinders Street en als ik naar RMIT University wil, neem ik dezelfde trein maar stap ik over op Richmond naar de City Loop service. Vervolgens uitstappen bij Melbourne Central en via een, al zeg ik het zelf, briljant gevonden route ben ik op RMIT University. Deze route heb ik geleidelijk gevonden door anderen te volgen en na lang oriënteren welke uitgangen van Melbourne Central nu bij welke straten erboven hoorden. Leuk detail is dat de roltrappen op langzaam en op snel gezet kunnen worden dus tijdens de spits ga je ook sneller naar boven/beneden. Via de ondergrondse food court van Melbourne Central, een steegje vol graffiti en slechts 1x een grote straat oversteken (zonder te wachten bij een voetpad) ben ik in de gebouwen van RMIT. Dan helemaal doorlopen van het ene naar het andere gebouw en dan met de lift naar verdieping 8, linksaf naar de afdeling van Computer Science en Intelligent Systems en dan naar het gedeelte van de post graduate-studenten!

Eten

Over het eten heb ik al eerder wat geschreven. In het RMIT Cafeteria kun je van alles krijgen en dat doe ik van tijd tot tijd ook; ik neem zelf ook iets mee, zoals een appel, Er zijn veel Aziatische studenten op RMIT (en op alle andere universiteiten in Melbourne, er zijn er een handjevol) en daarom zijn er ook veel Aziatische lunches te krijgen.

Ik heb vandaag eens goed opgelet en je kunt het volgende allemaal krijgen. Je kunt bijvoorbeeld een small/medium/large bakje krijgen met rijst of noodles en dan kiezen uit een stuk of tien verschillende gerechten, zoals kip, rundvlees, tofu, vis en iets vegetarisch. In de tent ernaast kun je pizzapunten krijgen, met vlees, kip, vegetarisch, etc. Hier kun je ook hamburgers en friet krijgen. In de vitrine ernaast kun je broodjes krijgen en wraps met vlees en groenten erin. Op de hoek zit een koffiebar voor koffie en hete chocolade (hetzelfde principe als Starbucks). In de tent ernaast kun je gebakjes en broodjes krijgen die opgewarmd worden. Tot slot nog een vitrine met salades, sandwiches, yoghurts, et cetera. Helemaal op de hoek zit een van mijn favorieten: de Monkee Juice bar waar je milkshakes of verse fruitdrankjes kunt krijgen die ter plekke gemaakt worden.

Uiteraard is er ook nog het avondeten, wat ik doordeweeks zelf klaarmaak. Het gaat steeds beter.. ik heb laatst geleerd om fried rice te maken – dit is vrij populair in Azië en het stelt niet heel veel voor om het klaar te maken: je gooit bijvoorbeeld uien en chili in de pan, beetje bakken, dan vlees erin, beetje bakken, dan twee geklutste eieren erin, wachten tot het gebakken is, dan groenten erin en tot slot de rijst. Alles blijven mixen, beetje zout/peper erop, klaar.

Als je een keer geen zin hebt om te koken, gewoon instant noodles: Indomie Mi goreng – nu al een klassieker! Gewoon water koken, noodles erin, ondertussen de sausjes mixen op het bord en als het klaar is alles met elkaar mixen. Eitje erbij als je dat wilt en dan met stokjes opeten. Uiteraard met stokjes want zo hoort dat.. en na wat oefenen is dat niet zo moeilijk. Je hebt geen mes dus je moet wat improviseren om het in je mond te krijgen (bijten/zuigen). Ik kan het nog niet helemaal want je kunt het pas goed als je de uiteinden van de stokjes tegen elkaar kunt laten tikken.

De chili die we hier hebben is Bird’s eye chili (plaatje). Deze zijn vrij heet maar als je het mixt is het goed te doen. Het grappige is dat ik er nu wel aan gewend ben; het brandt als een gek maar ik heb geen tranen meer in mijn ogen als de eerste paar keer. Ik ben de enige Europeaan van het huis die regelmatig met hen mee-eet (=Indonesiërs/Singaporezen) en ik kan het nu wel hebben. Ze gooien het overal doorheen en iedereen eet gezamenlijk mee.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: